Een abutment is de substructuur aan de uiteinden van een brugoverspanning of dam die de bovenbouw ondersteunt. Bruggen met één overspanning hebben aan elk uiteinde een landhoofd, dat de overspanning verticaal en zijdelings ondersteunt en tevens dient als steunmuur om de zijdelingse beweging van de aarden opvulling van de brug te weerstaan. Voor bruggen met meerdere overspanningen zijn pijlers nodig om de uiteinden van de overspanningen te ondersteunen die niet door de landhoofden worden ondersteund. De landhoofden van dammen zijn meestal de wanden van een vallei of ravijn, maar kunnen ook kunstmatig zijn om boogdammen te ondersteunen, zoals de Kurobe-dam in Japan.
De civieltechnische term kan ook verwijzen naar de structuur die één zijde van een boog ondersteunt, of metselwerk dat wordt gebruikt om de zijwaartse krachten van een gewelf te weerstaan. De impost of abacus van een zuil in de klassieke architectuur kan ook dienen als landhoofd van een boog.
Het woord is afgeleid van het werkwoord “abut”, dat “raken door middel van een wederzijdse grens” betekent.